Diploma A

Voorwaarts rijden

In de breedte van de baan of in de lengte van de korte zijde tot de middellijn gewoon schaatsen. Dat wil zeggen zonder hulp echte glij-bewegingen maken: links - rechts - links - etc.
Stoppen
Een stukje schaatsen, dan stoppen d.m.v. een elegante kunstrijstop. Geen hockeystop of een Sneeuwploeg. Wel bijvoorbeeld een T-stop.
Slalom om pionnen
Door middel van 'ski-bewegingen' met twee voeten tegelijk op het ijs om de 8 pionnen heen schaatsen. Er moet een vloeiende beweging ontstaan.
Ooievaar voorwaarts
Na ongeveer 10 meter schaatsen 5 meter in ooievaarshouding blijven staan. De vrije voet is ter hoogte van de knie van het standbeen. Men moet op een zo recht mogelijke lijn blijven staan.
Zitje op twee benen
Voorwaarts schaatsen, na ongeveer 10 meter gaan zitten - d.w.z. zo diep mogelijk met als ideale houding met de billen op de hielen - minimaal 5 meter blijven zitten en dan weer gaan staan en verder schaatsen. Bij het weer gaan staan mogen de schaatsen niet van houding veranderen (dus geen voeten naar buiten strekken of een schaats naar achteren steken).
Achterwaarts rijden op twee benen
Het zogenaamd eieren of visjes maken. Op twee benen tegelijk bogen maken, beginnend door de hielen naar elkaar te doen en de tenen uit elkaar te duwen en eindigen door de tenen bij elkaar te brengen en de hielen uit elkaar, dit steeds herhalen zodat er een vloeiende beweging ontstaat.
Kleine opsprong op twee voeten
Een stukje schaatsen, dan met twee voeten naast elkaar vanuit de knieŽn omhoog veren en een sprongetje maken. Landen op twee voeten en verder schaatsen.

Diploma B

Achterwaarts rijden

Ongeveer 30 meter achterwaarts schaatsen door de benen een voor een op te tillen.
Opsprong (Huppeltje)
2x een sprong van de ene schaats op de andere, beginnend op de punt van de ene schaats en eindigend op de punt van de andere schaats. Hierna netjes uitrijden.
Zweefstand voorwaarts
Voorwaarts schaatsen, na ongeveer 10 meter in zweefstand vaan staan en zo minimaal 5 meter blijven staan. Het geheel moet op een zo recht mogelijke lijn worden uitgevoerd. Houding: het vrije been maakt een hoek van 90 graden met het standbeen.
Sleepje
Voorwaarts schaatsen, na ongeveer 10 meter in de goede houding gaan zitten en deze tenminste 3 meter volhouden. Daarna weer opstaan zonder uit balans te raken of om te keren. Het geheel moet op een zo recht mogelijke lijn worden uitgevoerd.
Draai van voorwaarts naar achterwaarts
Voorwaarts schaatsen, na ongeveer 10 meter de schaatsen naast elkaar op het ijs zetten en in een slag omdraaien naar achterwaarts. Zo verder schaatsen. Geen "noodbogen" en "noodstops" maken.
Ooievaar achterwaarts
Achterwaarts schaatsen, na ongeveer 10 meter in ooievaarshouding gaan staan en tenminste 5 meter recht achteruit rijden. De vrije voet is ten hoogte van de knie van het standbeen. Men moet op een zo recht mogelijke lijn blijven staan.
Chasse voorwaarts links en rechts
Op een hockeycirkel chasse's maken, dat wil zeggen de binnenste schaats rijdt op de buitenkant en wordt minimaal opgetild - de buitenste schaats rijdt op de binnenkant - er wordt afgezet door het buitenste been weg te strekken buiten de cirkel, schuin naar achteren.

Diploma C

Met snelheid schaatsen tussen lijnen

Starten bij de blauwe lijn, snel naar de rode lijn schaatsen, remmen, terug schaatsen, dan naar de volgende blauwe lijn schaatsen, remmen en weer terug, remmen.
Visjesparcours
3 keer een visje voorwaarts maken met de armen opzij, dan 3 keer een visje waarbij het ijs wordt aangeraakt met de handen (niet steunen op de handen!), daarna 3 keer een visje met vrije armbewegingen. Het geheel moet vloeien verlopen - dus niet stoppen bij het begin van elke beweging of aan het eind van elke beweging.
Losse drieŽn buitenwaarts, links en rechts
Vanuit stilstand afzetten, een halve draai maken op de schaats (drie), even op het standbeen staan en uitrijden op de andere schaats. Dit twee keer links en twee keer rechts.
Chasse's met zweefstand
In 8-vorm; de chasse's komen op de bogen; de zweefstanden op de rechte lijnen van de "kruising". Het geheel wordt 1 keer uitgevoerd.
Chasse's en slalom op twee benen
In 8-vorm; de chasse's komen op de bogen en de slalom op de "kuiting" om tenminste 5 pionnen.
Draaien op cirkel
Aanrijden van buiten de cirkel om een beetje vaart te maken; dan met twee benen naast elkaar minimaal 3 keer 1 draai maken op de hockeycirkel. Het geheel moet zo soepel mogelijk verlopen en er mag onderweg niet gestopt worden. Er ontstaat zo een doorgaande beweging.
Ooievaarsparcours
Op een rechte lijn schaatsen, 2 keer gewone slagen maken, dan een ooievaar voorwaarts (ongeveer 5 meter). Daarna 1 keer een visje voorwaarts, een draai op twee benen van voorwaarts naar achterwaarts. 2 Keer achterwaarts afzetten, een ooievaar achterwaarts (ongeveer 3 meter). Sluiten met een draai van achterwaarts naar voorwaarts en remmen

Diploma D

Mohawks links of rechts (op cirkel)
Omstappen van voorwaarts op achterwaarts, dat wil zetten zoveel mogelijk van boog op boog. Je hoeft hierbij nog niet echt op de kanten te staan. Mohawks links of rechts is makkelijker op een cirkel.
Voorwaarts overstappen, links en rechts
Op een hockeycirkel overstappen, twee ronden links en twee ronden rechts. Het geheel moet een vloeiende beweging opleveren, goed in de knieŽn gereden.
Achterwaarts overstappen, links en rechts
Op een hockeycirkel achterwaarts overstappen links en rechts.
Pirouette op 2 benen
Er mag vanuit stilstand of met aanrijden begonnen worden. Er moet ten minste drie aaneengesloten draaien gemaakt worden waarbij zoveel mogelijk op dezelfde plaats gedraaid moet worden.
Zweefstand achterwaarts
Ongeveer 10 meter achteruit schaatsen, dan in de zweefhouding gaan staan en deze tenminste 5 meter volhouden. Er moet zoveel mogelijk een rechte lijn gevolgd worden.
Zitje op 1 been
Voorwaarts schaatsen en na ongeveer 10 meter gaan zitten op ťťn been door het vrije been naar voren te strekken en met de billen op de hiel van het standbeen te gaan zitten. Deze houding tenminste 5 meter volhouden. Daarna op dezelfde manier weer opstaan en verder schaatsen. De vrije schaats mag het ijs niet raken tijdens de gehele oefening.
Drietje met haasje, links of rechts
Al dan niet met aanrijden een drietje maken waarna een haasje gesprongen wordt. Er moet duidelijk waar te nemen zijn dat beide schaatsen van het ijs zijn.

Diploma E

DrieŽnparcours in achtvorm

De twee hockeycirkels aan het einde van de baan vormen de lussen van de acht. Daarop maak je tenminste drie drieŽn. Op de kruising wordt gewoon geschaatst. Het parcours moet voorwaarts worden afgelegd. De drieŽn mogen zowel buitenwaarts als binnenwaarts gemaakt worden.
Mohawks parcours in achtvorm
Achterwaarts overstappen op de cirkels en op de kruising telkens in een rechte lijn driemaal een mohawk uitvoeren.
Passenserie op een hockeycirkel
Passenserie naar vrije keuze van de deelnemer. Het geheel moet er soepel gereden uitzien, dus geen haperingen.
Halve sprongen op de cirkel
Op een hockeycirkel schaatsen. Twee voeten naast elkaar zetten en 'omspringen' van voorwaarts naar achterwaarts, terug naar voorwaarts enz. Er moeten tenminste zes sprongen gemaakt worden.
Landingshouding
Op een hockeycirkel achterwaarts overstappen en dit 1 ronde volhouden - daarna in de landingspositie van een sprong gaan staan en op deze manier een kwart van de cirkel blijven staan. Het vrije been moet mooi naar achteren zijn gestrekt en de armen moeten de houding ondersteunen. Het standbeen is goed gebogen.
Voorwaarts in halve buitenbogen
In een rechte lijn aanschaatsen en viermaal een halve buitenboog op 1 been.
Voorwaarts halve binnenbogen
In een rechte lijn aanschaatsen en viermaal een halve binnenboog op 1 been.

Diploma F

Voorwaarts Cross rolls

Op een rechte lijn boogjes voorwaarts. Met de buitenkant afzetten en daarbij het vrije been voorwaarts overkruisen.
Voorwaarts slangenboog, links en rechts
Recht buitenwaarts (tegenhouding) na een halve boog wisselt de schaats van buiten naar binnen en volgt een halve binnenwaartse boog. Gedurende de eerste halve boog wisselen de armen en het vrije been gaat van achteren naar voren met een rustige beweging. Op de helft van de overgang wisselen de armen en het vrije been terug. Starten weer in de tegenhouding voor een binnenwaartse boog gedurende de eerste halve boog wisselen de armen en het vrije been gaat van achteren naar voren met een rustige beweging. Op de helft van de overgang wisselen de armen en het vrije been terug. Er moet minstens 1 buitenwaartse en een binnenwaartse afzet getoond worden.
Spreid Rittberger
Gestart wordt vanuit een binnenwaartse drie - dan achterwaarts buitenwaarts aanrijden. Niet inprinken en landen op het andere been (= halve rittberger).
Kadet
Kadet met aanloop of vanuit een buitenwaartse drie. Staan in een landingspositie, vervolgens een halve draai in de lucht springen en de landingshouding 3 tellen vasthouden. Landing op 1 been achterwaarts buitenwaarts.
Spot
Met een voorwaartse aanloop of een voorwaartse afzet. Binnenwaartse drie en achter inprikken. Landing achterwaarts buitenwaarts op 1 been. Een draai in de lucht en de landingshouding 3 tellen vasthouden.
Salchow
Met een aanloop of vanuit een buitenwaartse drie. Landing achterwaarts buitenwaarts op 1 been. Een draai in de lucht. Landingshouding 3 tellen vasthouden.
Standpirouette
Met of zonder aanloop minimaal drie draaien op 1 been, waarbij het vrije been wordt opgetrokken (ooievaarhouding).